Best een leuke stad!
Dit is een eerder verschenen column van mij in centrumkrant 073 Magazine.
Wat was het allemaal ongewis nog in de lente. Corona zette alles op zijn kop. Gaat mijn vakantie wel door, en mijn festival. Kan ik wel een wijntje met vriendinnen doen op het terras of blijf ik mijn boterham wel verdienen. Toegegeven, niet iedere branche kreeg het zwaar te verduren. Mijn branche, de Bossche woningmakelaardij, ging (en gaat nog steeds) verontrustend hard. Waar normaal de markt wat terug zakt in de bouwvak bleven we veel verkopen. Misschien komt de klap voor onze branche nog, wie zal het zeggen.
Voor cultuur en horeca heeft de gemeente de handschoen opgepakt. Er kon ineens veel en snel. Als je (op zijn Darwins) wist te veranderen viel er wel degelijk nog een boterham te verdienen. De gemeente schiep voortvarend een kader. Nu alleen nog even voor het Smakenrad. Heer Mikkers, dit móet kunnen.
Er gebeurde nog meer: Slappaaltjes op de Van Berckelstraat, een slalom op de Zuid Willemsvaart en (bijna af) een pad op poten op het talud aldaar. Iedere dag autovrije avond in de Hinthamerstraat na druk van omwonenden. “Uitroken van wietverkopers” blijft toch wel een mooie omschrijving. Onderliggend argument is het gerace in de straat met liefst een soort naverbrander in je knalpijp. Blijkbaar wordt je van wiet niet sneller volwassen. Het wachten is op een integrale aanpak. Dus niet met een spandoek aan het balkon van een individueel gemeenteraadslid en zelfs niet om alleen betreffende straatbewoners tegemoet te komen. Maar een oplossing hiervoor voor de hele stad.
Met een beetje geluk blijft de geest van Darwin ook aanwezig op het stadskantoor. Kan er vlot doorgepakt blijven worden voor de cultuur als we allemaal weer naar binnen moeten, krijgt de Horeca op verantwoorde wijze ruimte om te blijven ondernemen en wordt er voortvarend afgerekend met jongens met compensatiedrang achter een stuurtje. Dan is dit zelfs een leuke stad om in thuis met moeten/mogen werken.